-bashing

-bashing
-bashing
[ bæsjing] 〈vormt niet-telbaar zelfstandig naamwoord〉 〈informeel〉
〈in combinatie met personen, groepen〉(het) afranselen(het) rammen; 〈figuurlijk〉 (het) fel kritiseren, (het) afkraken
〈duidt op intense activiteit met betrekking tot het object〉
voorbeelden:
1   〈voornamelijk Brits-Engels〉 Paki-bashing (het) afranselen van Pakistani's 〈uit racisme〉
     union-bashing zwaar uithalen naar de vakbond
2   bible-bashing (het) fanatiek verkondigen/naleven van de bijbel

English-Dutch dictionary. 2013.

Share the article and excerpts

Direct link
Do a right-click on the link above
and select “Copy Link”